Lakenvelders

De geschiedenis van de Lakenvelder gaat zeer ver terug. Aan het eind van de middeleeuwen zijn er al vermeldingen te vinden van het bestaan van Lakenvelders. Vanaf de 17e eeuw wordt er gericht gefokt met de dieren. Ze waren in die tijd vooral te vinden bij buitenplaatsen en landgoederen, waar ze fungeerden als sierrund. Omdat ze daarbij meestal niet het beste voer kregen, hebben ze een zeer efficiënte voedselconversie ontwikkeld. In de 19e eeuw wordt het ras ook geëxporteerd naar de VS, waar ze bekend zijn geworden onder de naam Dutch Belted. Deze tak bestaat nog steeds en biedt de mogelijkheid tot uitwisseling van genen tussen beide populaties.

In 1918 wordt er een Lakenvelder stamboek opgericht. Helaas werken de fokkers niet goed samen, waardoor dit initiatief in 1931 een zachte dood sterft. Decennialang is het stil rondom de Lakenvelders. Pas bij de oprichting van de Stichting Zeldzame Huisdieren (1976) wordt er weer een inventarisatie gemaakt. Daaruit blijkt dat het droevig gesteld is met de populatie. In 1979 wordt daarom de Fokkers Club voor Lakenvelders opgericht. Vanaf dat moment gaat het langzamerhand weer bergopwaarts, zowel kwantitatief als kwalitatief. In 1997 wordt de Fokkers Club omgedoopt in de Vereniging Lakenvelder Runderen, die ook stamboek mag gaan voeren.

Van oudsher is de Lakenvelder een dubbeldoelkoe. Dit wil zeggen dat het ras zowel geschikt is voor melkveehouderij als voor vleesconsumptie. Op dit moment is de Lakenvelder vooral populair bij hobbyboeren, die meestal een klein aantal dieren houden. Daarnaast is er een aantal bedrijven dat de koeien fokt voor de vleesproductie. In Friesland is één groot melkveebedrijf dat alleen Lakenvelder koeien melkt.

Bron: Reurt Boelema, De Lakenvelder – niet uit het veld te slaan, 2014

Dit fraai geïllustreerde boek is bij ons te verkrijgen voor € 24,95.

reurt